woensdag 11 maart 2009

Mijn persoonlijke ontwikkelingsplan (POP) voor de musical stage op de “Prof. Kohnstammschool” in Utrecht, Marislaan 1 tussen maart en juni 2009

In dit stage met een groep 7 van de Basisschool wil ik voor het eerst proberen hoe het is, met een klas een “verhalend ontwerp” te doen. Hierbij vind ik belangrijk dat:

  • De kinderen zo veel mogelijk muziek zelf verzinnen en maken en op een respectvolle manier met elkaar dat verhaal ontwerpen.
  • Zij de ruimte hebben om mogelijkst veel van hun eigen ideeën te gebruiken (ook van andere vakgebieden dan muziek).
  • Ik een goede balans vind tussen begeleiden en niet te veel ruimte laten, dat zij onzeker worden. Dus, dat ik de les inhouden door sleutelvragen realistisch beperk en subtiel stuur.

Opbouwend op mijn eerste ervaringen met het Nederlandse schoolsysteem van mijn laatste stage (zie: http://florianauls.blogspot.com/2008/12/mijn-pop-persoonlijke-ontwikkelingsplan.html) wil ik mijn inschattingen van de te bereikende doelen in een les verbeteren.
Verder wil ik erop ingaan dat ik mijn lesonderdelen goed gestructureerd, afwisselend en realistisch plan en uitvoer.

Het musiceren en beleven van muziek (ook in een beperkte klassituatie) zou nog steeds het centraal motief voor mijn lessen blijven.

Florian Auls, 11.3.2009

4 opmerkingen:

Erzsi Ladage zei

Tipje:
Hoe meer vrijheid je de leerlingen wilt laten ervaren, des te hoger de grenzen waarbinnen die vrijheid geldt moeten zijn.
Kortweg: Hoe vrijer, des te hoger.

Metafoor:
Als je twintig kinders loslaat op een eindeloos groot grasveld met één boom erop en je zegt: 'je mag overal spelen', gaan ze gegarandeerd allemaal onder de boom spelen, of op z'n minst ergens, waarvandaan ze de boom kunnen blijven zien. De actie-radius blijft dan nogal beperkt.

Als je daarentegen een heel hoog hek plaatst om een gebied van een vierkante kilometer en je zegt dat ze daarbinnen mogen spelen, gebruiken ze die ruimte waarschijnlijk helemaal....

Florian Auls zei

Hoi Erzsi, bedankt voor jouw reactie.
Ik heb vandaag mijn eerste les bij groep 7 met het verhalend ontwerp "Internationaal Songfestival van Kinderen" kunnen doen en meteen een vrijheids-geloovwaardigheidsvraag gekregen:
Ik zou jij zo nog iets mailen. Maar mijn zentrale vraag is nu: Zou ik de kinderen in het geloof laten dat zij echt van een Internationaal Comitee zijn uitgenodigd of liefer meteen duidelijk maken, dat het een "smoesje" is maar de opdracht wel bestaat?
Groeten,
Florian

Erzsi Ladage zei

Mijn eerste idee is: laat ze in de waan. Het is een geheimzinnige brief, van een geheimzinnige 'mister Smith'. Jij weet ook niet precies hoe het zit, maar het is wel een toffe opdracht, toch?
Laat ze het avontuur maar helemaal bleven. Verbreek nooit de magie!
Dit is ook mijn tweede idee.
...
En mijn derde idee.

Florian Auls zei

Hoi Erzsi, hoe zit het dan met de betrouwbaarheid van het geheel? Zij zijn 10-12 en net aan de kant van kritisch bewust worden... ik wil eigenlijk het liefst met een knipoog ermee doorgaan maar dat zij ook snappen dat het niet echt echt is. Want achter "Mr. Smith" staat natuurlijk nog de directie van het INTERNATIONAL SONGFESTIVAL en dit kan op gegeven moment toch een hoge verwachting opleveren...
Ik moet nog iets over slapen maar hoor graag van jouw:-)